22 – Operaverfilmingen

Il barbiere di Siviglia

Televisiereportage van Rossini’s opera, m.m.v. het orkest en het koor van de Scala in Milaan. Waren ooit operazangers bijna per definitie povere acteurs, die er bovendien niet bepaald op hun voordeligst uitzagen; met krachten als Berganza, Prey, Alva en vooral Dara is zo’n opvoering niet alleen vocaal, maar ook visueel een genot. De operaliefhebber geniet daardoor dubbel, de filmliefhebber krijgt aantrekkelijke plaatjes te zien.

Cavalleria rusticana

Gedeeltelijk op het toneel van de Scala in Milaan, gedeeltelijk ter plaatse, n.l. in en om Vizzini op Sicilië, gemaakte operaverfilming, waarmee Zeffirelli aantoont tot welk een opmerkelijk resultaat een operaregisseur, die tevens filmregisseur is (of omgekeerd), kan komen. Vooral de scènes op Sicilië, het zogenaamde Paaskoor en het Landliedenkoor, krijgen een bijna documentair karakter. De, minder beweeglijke, toneelfragmenten contrasteren enigszins met de levendigheid van de overige delen, maar al te storend is dat niet.

Cosi fan tutte

In deze door Kaslik geregisseerde televisiefilm van Mozarts opera demonstreren een aantal beroemde operazangers, dat ze ook als acteurs hun mannetje staan. De regisseur heeft dankbaar gebruik gemaakt van hun vaardigheden. Ze bewegen zich uiterst soepel voor de camera en laten de meest intieme close-ups toe. Oor en oog komen dus niets te kort.

Falstaff

Voor televisie gemaakte weergave van een van Friedrichs operaregies: Falstaff van Verdi. Gedirigeerd door Solti, met medewerking van de Wiener Philharmoniker, en met de gerenommeerde Falstaff-vertolker Bacquier in de titelrol. Als ‘document’ vooral voor de operaliefhebbers van grote waarde.

Fidelio

In eerste instantie voor de televisie bedoelde registratie van een opvoering van Beethovens opera in de Berlijnse Deutsche Oper. Uitstekende internationale bezetting: Jones en King als Leonore en Florestan, Neidlinger en Greindl als Pizarro en Rocco. Het geheel onder de beproefde leiding van dirigent Böhm. De toneelregie van Sellner is door de televisiecamera’s benut voor een weergave, die de voorstelling soms nog meer intensiteit geeft, dan in de zaal bespeurbaar is.

Macbeth

Verfilming van Verdi’s opera die op locatie is gedraaid. Dat wil zeggen dat de Belgische Ardennen als het Schotse landschap fungeren en dat de burcht van Godfried van Bouillon het kasteel van Macbeth is geworden. De camera had dus, in vergelijking met een registratie van een opvoering in het theater, alle ruimte. Die ruimte is niet benut. Integendeel, extreem lang blijft hij onbeweeglijk op de zangers gericht. Voor de hand liggende visuele variaties ontbreken: zelden wordt bijvoorbeeld een two-shot door een close-up afgewisseld. Een gemiste kans om met een vocaal voortreffelijke opvoering, waarin Nucci en Verrett als Macbeth en Lady Macbeth schitteren, iets méér te doen. Temeer waar de mogelijkheden voor een boeiende verbeelding voor het oprapen lagen.

Le nozze di Figaro

De Franse operaregisseur Ponnelle, die in alle grote theaters van de wereld heeft gewerkt, heeft zélf een aantal van zijn mise-en-scènes op film vastgelegd. Daardoor krijgt men niet alleen een uitstekende indruk van zijn regie-opvattingen, maar wordt men tevens met, in vocaal en muzikaal opzicht ver boven de middelmaat uitstekende, opera-opvoeringen geconfronteerd. In Le nozze di Figaro zijn zangers als Prey, Freni, Fischer-Dieskau en Te Kanawa te bewonderen, maar ook twee Nederlanders: Van Kesteren en Caron.

I pagliacci

Wordt I pagliacci in het theater dikwijls als tweelingbroer van Cavalleria rusticana gepresenteerd, ook Zeffirelli’s verfilmingen zijn in één programma in de bioscoop te zien geweest. Het resultaat, dat hij met Cavalleria rusticana heeft bereikt, is echter beduidend beter dan wat hij met Leoncavallo’s opera heeft gedaan. De camera zit hier bijna voortdurend ‘vastgekleefd’ aan de, gelukkig nogal levendige, toneelscènes. Het grootste belang van deze verfilming is, dat Domingo’s creatie als Canio nu is vastgelegd.

Salome

Freidrich heeft de door hem geregisseerde Salome voor deze televisiefilm pasklaar gemaakt. Hij hoefde zich voor wat de toepassing van filmische effecten betreft, niet ‘in te houden’. Dat is uiteraard mede te danken aan onder anderen een zangeres als Stratas, die zich voor de camera als een vis in het water voelt. Dat de door Böhm gedirigeerde opvoering ook muzikaal en vocaal op een hoog niveau staat, kan de operaliefhebber haast bij voorbaat, na een blik op de bezetting, vaststellen.

Tannhaüser

Televisieregistratie van de opvoering van Wagners opera tijdens de Bayreuther Festspiele van 1978 in de regie van Götz Friedrich. Een in de kringen van de Wagner-adepten nogal omstreden versie. De discussies over hoe Wagner moet worden opgevoerd, zullen echter wel nooit verstommen. Als ‘reportage’ in ieder geval interessant.

Tosca

Verfilming van Puccini’s opera, waarbij muziek en zang volledig intact zijn gebleven, maar tóch voor grote visuele afwisseling is gezorgd. Heel attractief is, dat men de locaties heeft benut, waar het verhaal verondersteld wordt zich af te spelen: de kerk van Sint Andreas, het Palazzo Farnese en de Engelenburg in Rome. De solisten, Kabaivanska als Tosca, Domingo als Cavaradossi en Milnes als Scarpia, behoren als zangers tot de wereldtop. Bovendien hoeven ze zich beslist niet voor de camera te verschuilen! Ook de niet-operaliefhebber zal aan deze film genoegen kunnen beleven.


Uit: Filmjaarboek 1989


Naschrift Romy van Krieken

Bredschneyder leverde in 1989 voor het eerste een bijdrage aan de reeks Filmjaarboeken die ontstond in 1981. Dat eerste jaar richtte hij zich op een specifieke niche: hij schreef alle stukjes over de elf operaverfilmingen die dat jaar in de bioscoop werden uitgebracht. Het lijkt voor de hand te liggen dat hij door de redactie van de uitgave specifiek voor dat doel was gevraagd, aangezien hij – wellicht in tegenstelling tot de vaste medewerkers van het Filmjaarboek – een uitgebreide kennis van zowel film als opera had. Bredschneyder zou ook in de editie van 1995 nog enkele bijdragen voor het Filmjaarboek schrijven. Na dit debuut als medewerker van Filmjaarboek duurde het een aantal jaren voordat de volgende editie werd uitgebracht. In de tussentijd waren er geen opera’s meer verfilmd, maar Bredschneyder stortte zich voor de uitgave die de jaren 1990 t/m 1995 beslaat met evenveel enthousiasme op 25 films waarvan velen minder duidelijk in zijn straatje passen, zoals de Amerikaanse melodrama’s Not Without My Daughter en Steel Magnolias. Hoewel zijn teksten ook nu weer lekker gevat waren, komt zijn naam in de edities daarna helaas niet meer voor.