Wanneer Die Mörder sind unter uns (De moordenaars zijn onder ons) representatief genoemd kan worden voor de huidige Duitse films dan kunnen we niet anders dan ons verheugen over het feit dat de import van de na-oorlogse films een begin is gemaakt. De maker van Die Mörder, Wolfgang Staudte, een regisseur, die we alleen kenden door het interessante omstreeks 1943 vervaardigde Akrobat schön, is immers een kunstenaar die een door hem geschreven scenario heeft verfilmd met een vakmanschap, dat we helaas niet iedere week in onze bioscopen kunnen onderkennen. Afgezien van enige minder geslaagde dialoogfragmenten, worden we doorlopend geboeid door vaak treffend gecomponeerde beelden en zijn de originele camera-instellingen niet louter technische “Spielereien” doch zorgvuldig uitgebalanceerde middelen om het gegeven te verhalen. We aanschouwen verrassende contrasten tussen en in de beelden, tussen het beeld en het geluid. Het verhaal, dat deze magnifieke filmvorm ontvangen heeft, behandelt de geschiedenis van een dokter, die na de capitulatie van Berlijn door de puinhopen zwerft, zonder enige werklust, slechts op zoek naar drank en oppervlakkige verstrooiing. Wanneer hij verneemt dat de kapitein, onder wiens bevelen hij stond en die eens opdracht heeft gegeven een aantal Poolse burgers neer te schieten, nog leeft, besluit hij deze te doden. Een meisje dat bij de dokter in huis woont weet dit echter te verhinderen. Zoals men uit deze korte samenvatting kan opmaken behandelt de film een incidenteel geval en komt met name te nauwernood ter sprake hoe het mogelijk was dat deze oorlog ontstond. Er wordt slechts gesproken over de schuld van een kapitein, die zich gelijk vele anderen aan excessen te buiten ging. Niettemin moeten we Staudte dankbaar zijn voor het door hem belichte aspect, waardoor we weer eens opnieuw indirect geconfronteerd worden met de misdaad, die de oorlog in deze eeuw, ongeacht door wie of om welke reden gevoerd, altijd is. Zij, die menen van deze Duitse film te moeten eisen dat zij een collectieve schuldbekentenis van het Duitse volk is, dienen dan tevens te bedenken dat er een nog veel grotere collectieve schuld bestaat, nl. van de gehele mensheid. Indien zij ook dit onder ogen durven zien, dan mag hun visie objectief genoemd worden en zullen zij ongetwijfeld instemmen met het ideaal, dat wij als wereldfederalisten voor ogen hebben. Wanneer de voortreffelijke detailbehandeling, die Die Mörder sind unter uns biedt, dit kan bewerkstelligen, mogen we de vertoning van deze film zeer zeker een grote winst noemen, hetgeen zij als cinegrafisch werkstuk al in ieder geval is.
Uit: Het Zaterdagavondblad #60, 31 mei 1949
Naschrift Fred Bredscheyder
Ik was nu ‘filmredacteur’ van Het Zaterdagavondblad, dat later herdoopt werd in De Wereldfederalist, en ik genoot met volle teugen van de wekelijks terugkerende mogelijkheid om uitvoerig over nieuwe films te schrijven. Dat zo’n positie ook schaduwkanten kende, werd mij pijnlijk duidelijk toen ik de eerste naoorlogse Duitse film, Die Mörder sind unter uns van Wolfgang Staudte had besproken. Wellicht enigszins ongenuanceerd had ik geschreven, dat het me totaal niets uitmaakte of een Duitse regisseur een besmet verleden had, maar dat het mij alleen maar interesseerde of hij al dan niet een mooie film maakte. Eén en ander sloeg overigens niet op Staudte. Een, in het Nederlandse culturele leven niet onbelangrijke, heer-van-communistische-huize meende daaruit te moeten opmaken, dat ik oorlogsmisdadigers en ex-concentratiekampbewakers in bescherming nam. Met andere woorden: ik was een fascist! Dat althans deelde hij de leiding van ‘mijn’ beweging mee, en hij voegde eraan toe, dat ik ‘dus’ op de zwarte lijst was geplaatst. Dat hield in, dat wanneer straks (het was inmiddels 1948) de Russen kwamen, mij niet veel goeds te wachten stond. Erg vrolijk stemde die mededeling mij niet, maar zoals bekend zijn de Russen niet gekomen…
Uit: ‘Flashback: Herinneringen van Fred Bredschneyder’ #4, in de Filmkrant #103, juli/augustus 1990