8 – Shane 

Het niveau van de western

Zelfs wanneer de Wild-West-film zich slechts bepaalt tot de bekende combinatie van schietpartijen, cowboyromantiek, wederwaardigheden met veestapels en zo, betekent zij niet zelden een verademing te midden van de vele praatfilms, die steeds maar weer gesprekken noteren en het beeld nauwelijks zijn kansen geven. De western immers moet het uit de aard van haar onderwerp hebben van de bewegende camera, die niet zelden bouwstoffen levert voor een boeiende compositie. Er is echter daarenboven de laatste tijd een tendens te bespeuren de filmverhalen uit de Far West op een niveau te plaatsen, dat zich min of meer verheft boven de gebruikelijke schema’s. Men wil zich niet langer bepalen tot de uiterlijkheden, hoe spannend en onderhoudend die ook kunnen zijn, maar men wil nu eens dieper graven. High Noon was als we het wel hebben een eerste stap in die richting en tevens, om in cowboysfeer te blijven, een schot in de roos. De film heeft intussen al enigszins slaafse navolgers gekregen. Shane van George Stevens behoort daartoe.

Het hoogtepunt van deze Amerikaanse film, die over enkele weken in het Amsterdamse Tuschinski-theater vertoond zal worden, wordt gevormd door een schietpartij tussen de cowboy wiens naam de film draagt, en een aantal bandieten die het leven van een aantal farmers bedreigen. Ook hier dus een ongewilde strijd van de enkeling tegen een meerderheid, teneinde het leven van velen veilig te stellen. De film is in de verbeelding van deze ontmoeting suggestief, in andere fragmenten mist zij de beklemming, die High Noon van begin tot einde kenmerkt. Toch blijft er nog veel genietelijks over. De liefhebbers van de “gewone” Wild-West-film komen zéker aan hun trekken, er wordt in Shane zo nu en dan een duchtig robbertje gevochten. Er is zelfs één heel langdurig en zeer uitgebreid vuistgevecht te “bewonderen”. Maar overigens onderkent men ook in deze film het pogen het geheel nu eens niet volgens het bekende recept te laten verlopen. Er wordt iets meer aandacht besteed aan de menselijke achtergrond van de soms opwindende gebeurtenissen, terwijl men bovendien zo nu en dan getroffen wordt door een interessante en doeltreffende observatie. Men kan kortom concluderen, dat Shane het superieure werkstuk van Fred Zinneman High Noon niet overtreft, maar dat het toch opnieuw een western is, die het menselijk drama op de voorgrond wil plaatsen en zich niet uitsluitend wil verliezen in de gebruikelijke cowboyshows, welke op zich genomen heel genoeglijk kunnen zijn, maar die zich in de meeste gevallen nauwelijks van elkaar onderscheiden en zich alleen maar druk maken om de uiterlijke spanning.


Uit: De Tijd, 20 februari 1954


Naschrift Romy van Krieken

Bredschneyder laat hier weer zijn gangbare aanpak zien, waarin hij films niet opzichzelfstaand becommentarieert maar ze in een oeuvre, genre of tijdsbeeld plaatst en er andere titels tegenover zet. In dit geval pakt dat voor Shane minder goed uit, door de – volgens Bredschneyder – superioriteit van genregenoot High Noon. Dit betekent echter niet dat de film wordt afgekraakt – integendeel. Het moest wel heel raar lopen, wilde Bredschneyder niets goeds in een film kunnen ontdekken. Zoals in vele van zijn teksten toont hij zich een strenge maar eerlijke beoordelaar is.