24 – Graham Greene in beeld

“I am afraid I make it an absolute rule not to appear on tv.” Dat was het antwoord van Graham Greene op het verzoek om acht verfilmingen van zijn boeken persoonlijk bij de tv-kijkers in te leiden. De KRO zou die eind 1969/begin 1970 onder de titel Graham Greene en de film wekelijks uitzenden. Wilde Graham Greene zelf niet ‘in beeld’ verschijnen, zijn werk is wél veelvuldig te zien geweest, zowel op de televisie als in de bioscoop.

Van de vierentwintig boeken die Graham Greene schreef, zijn er eenentwintig verfilmd, enkele zelfs twee of drie keer. Bovendien is er een twintigtal korte verhalen van zijn hand verfilmd en heeft hij een paar originele filmscripts en het commentaar bij twee documentaires geschreven. Met drie van de acht films die ik voor Graham Greene en de film had geselecteerd, wilde hij absoluut niets te maken hebben. “Ik zou op geen enkele manier betrokken willen worden bij het introduceren van The Ministery of Fear, The End of the Affair en The Quiet American, die vervormingen (‘travesties’) waren van de boeken die ik heb geschreven.” Dit hield in ieder geval in, dat hij aan de overige vijf, The Fallen Idol, Our Man in Havana, Across the Bridge, Brighton Rock en The Third Man, wél zijn zegen gaf. 

Kritisch over eigen werk

Dat hij met name over The Fallen Idol en The Third Man zelfs bijzonder tevreden was, had hij menigmaal laten blijken en dat was beslist niet omdat hij het scenario had geschreven. Ook ten aanzien van zijn eigen werk voor de film was hij immers kritisch. Toen hij tussen 1935 en 1940 zelf filmrecensies schreef, die later zijn gebundeld in The Pleasure Dome, zei hij over een film waarvoor hij samen met de regisseur Basel Dean het scenario had ontworpen: “Ik heb er geen goed woord voor over!” Aan zijn medewerking als scenarioschrijver aan The Fallen Idol en The Third Man, beide geregisseerd door Carol Reed, bewaarde hij daarentegen terecht de plezierigste herinneringen. 

De ideale verfilming

Is The Fallen Idol een schitterende bewerking van zijn eigen korte verhaal ‘The Basement Room’, The Third Man is niet alleen dé ideale Greene-verfilming, maar bovendien één van de beste Engelse films ooit gemaakt; een klassieker, die steeds opnieuw in de bioscopen en op de televisie wordt vertoond. Ondanks zijn ‘ouderdom’ – hij dateert van 1949 – weet hij telkens van het eerste tot het laatste beeld te boeien.

Overigens is deze film geen bewerking van een bestaand verhaal. Greene zou een oorspronkelijk scenario maken, maar: “Het is mij nagenoeg onmogelijk een filmscenario samen te stellen zonder eerst een verhaal te schrijven. Zelfs voor een film is meer nodig dan alleen maar een intrige; een film behoeft een zekere mate van karakterbeschrijving, van stemming en sfeer. Het komt mij bijna ondoenlijk voor, dergelijke dingen meteen te vatten in de saaie telegramstijl van een scenario. Je moet het gevoel hebben dat je over meer materiaal kunt beschikken dan je nodig hebt. Daarom moest The Third Man eerst de vorm krijgen van een verhaal, voordat er een aanvang kon worden gemaakt met die schijnbaar eindeloze reeks van veranderingen bij het omwerken van de roman tot scenario.”

Het verhaal verscheen als boek. Greene schreef er een inleiding bij waaruit hier is geciteerd. Het is interessant na te gaan welke verschillen er tussen verhaal en film zijn: “De lezer moet zich niet voorstellen”, aldus Greene, “dat de veranderingen de schrijver tegen zijn zin zijn opgedrongen. Men zou kunnen zeggens dat de film beter is dan het boek, in zoverre namelijk dat de film in dit geval het voltooide product is en het boek het product in zijn eerste stadium van bewerking.”

‘Pak het geld aan’

Was er bij The Fallen Idol en The Third Man sprake van een perfecte samenwerking tussen auteur en regisseur, vaak was dat niet het geval of was er zelfs van samenwerking helemaal geen sprake. Graham Greene had met dat laatste volstrekt geen problemen. Onder de titel The Novelist and the Cinema schreef hij in de International Film Annual van 1958 dat een schrijver, wanneer zijn boek voor verfilming is verkocht, er het best aan doet er zich verder niet mee te bemoeien. Greene geeft een paar voorbeelden van extreme veranderingen die in zijn verhalen zijn aangebracht. Zo is de Mexicaanse priester uit The Power and the Glory, die een slappeling, alcoholist en vader van een onwettig kind is, in de Amerikaanse verfilming The Fugitive een vrome, heldhaftige figuur, waardoor de strekking van het verhaal om zeep werd gebracht. “Het is zonde van de tijd”, schreef Greene, “om je daar beledigd door te voelen. Pak het geld aan, dan kun je weer een jaar of twee verder gaan met schrijven. Bovendien lach jij het laatst, want het boek heeft een langer leven dan de film.” 

Joop Doderer

Dat het zelfs als er grote namen in het spel zijn mis kan gaan bij een verfilming bewijst The Human Factor uit 1979 die een flop werd, ondanks de regie van Otto Preminger, de maker van o.a. The Man with the Golden Arm, en ondanks een stoet bekende acteurs: Richard Attenborough, Derek Jacobi, John Gielgud, Ann Todd en… Joop Doderer.

Doderer wilde op een gegeven moment los komen van het Swiebertje-imago, dat de immens populaire NCRV-televisieserie hem in ons land had bezorgd. Hij ging naar Engeland, waar Eric Glass zijn agent werd die hem enkele rollen in televisieseries bezorgde. Later, nadat hij weer een tijdje in Nederland had gewerkt, bracht Glass hem in contact met Otto Preminger, die hem een rol in The Human Factor aanbood. “De cast was om je vingers bij af te likken”, aldus Doderer in zijn biografie Noem mij maar Swiebertje. “Toen ik hoorde met al die beroemdheden te maken te krijgen, dacht ik: ‘Als ik het maar red tussen al die keien.’ Maar het viel mee. Het waren ook maar gewoon mensen die hun vak uitoefenden.”

Jammer voor Joop Doderer, voor wie het de afsluiting van zijn Engelse loopbaan was, maar ook voor Otto Preminger, wiens laatste film het is geworden, is The Human Factor één van de minst geslaagde Greene-verfilmingen.

Televisiefilms

Graham Greenes eerste, in 1929 in druk verschenen boek, The Man Within, was een redelijk succes, maar de twee romans die hij daarna schreef, The Name of Action en Rumour at Nightfall, waren ook in zijn eigen ogen mislukkingen waarvan hij later afstand heeft genomen. Door die twee ‘flops’ kwam hij er echter financieel slecht voor te staan en daarom besloot hij (“voor de eerste en laatste maal in mijn leven”) op de commerciële toer te gaan en zich met zijn volgende boek naar de smaak van het grote publiek te richten. Bovendien zou hij het zó schrijven, dat het kans maakte verfilmd te worden. Greene slaagde in beide opzichten; Stamboul Train vond in 1932 veel aftrek en de Amerikaanse productiemaatschappij Twentieth Century Fox kocht de filmrechten voor tweeduizend Engelse ponden. Het boek werd onder de titel Orient Express verfilmd. Graham Greene zag de film pas enkele jaren na de première, toen hij in Afrika was, en vond het een miserabel product. Toen de BBC-tv het boek onder zijn oorspronkelijke titel verfilmde en op 11 september 1962 uitzond was het resultaat niet veel beter. De BBC bood zelfs openlijk excuus aan voor een ‘thoroughly bad production’.

Greenes boek A Gun for Sale verging het, wat de televisiebewerking betreft, beter. Na twee Amerikaanse verfilmingen, respectievelijk onder de titels This Gun for Hire (1940) en Short Cut to Hell (1957), bleek de in 1991 voor de Amerikaanse kabel-tv gemaakte film, die weer de titel This Gun for Hire kreeg, nog het meest de sfeer van het boek te benaderen. Ook de Engelse tv-verfilming door Euston Films van Monsignor Quixote uit 1985, met Alec Guinness in de titelrol, was er één waarover Greene zelf heel enthousiast was. Tevreden was hij over het algemeen ook over de bewerking van achttien uit verschillende bundels afkomstige verhalen, die in 1976 door Thames Television werd vervaardigd onder de titel Shades of Greene en die in Nederland door de KRO werd uitgezonden.

Filmster met twee tekstregels

Tot aan zijn dood in 1991 heeft Graham Greene zich gehouden aan zijn stelregel om niet op de televisie te verschijnen. Toch is hij één keer ‘in beeld’ geweest als… filmster. In 1973 maakte François Truffaut in Zuid-Frankrijk, waar Greene toen woonde, opnamen voor zijn film La nuit américaine. Hij zocht een Engelsman die als Londens verzekeringsagent twee zinnetjes tekst had. Greene liet zich door een vriend als Henry Graham, een gepensioneerde Engelse zakenman aan Truffaut voorstellen. Greene kreeg de ‘rol’. Nadat op zijn verzoek de voor hem lastige zin ‘three-quarters of an hour’ – hij had moeite met het uitspreken van de letter r – veranderd was in ‘half an hour’, verscheen hij voor de camera. Tijdens de opname kwam Greenes gezicht Truffaut toch wel bekend voor. Toen hem onthuld werd wie ‘Henry Graham’ was omarmde hij Graham Greene onder de uitroep: “Wat een schitterende grap.”

Uit: Aether #89, oktober 2008


The End of the Affair

Graham Greene en de film

“De bioscoop in Tenerife draaide een film, die gemaakt was naar één van mijn eigen romans. Het was een leerzame en tamelijk pijnlijke ervaring er naar te kijken. Het was een slechte film, één van de slechtste die ik ooit gezien heb. De regie was slecht, de verfilming nietszeggend, de geschiedenis sentimenteel. De golf van reclamestunts had de film niet tot een succes gemaakt, tot mijn opluchting, want volgens het contract moest mijn naam op alle affiches voorkomen, was zij niet verder gekomen dan in de kleinere, goedkopere bioscoopjes”, aldus schrijft Graham Greene in zijn reisverhaal Journey Without Maps naar aanleiding van de verfilming van zijn boek Stamboul Train.

Als oud-filmjournalist, van 1935 tot 1939 schreef hij filmkritieken in de Spectator, weet Graham Greene ongetwijfeld wat film is. Zijn niet malse oordeel over bedoelde verfilming zal dus wel juist zijn. Wij weten niet hoe groot Greene’s invloed op de productie van deze film is geweest. Wel weten wij dat de essentiële verandering die de geschiedenis van zijn roman The Heart of the Matter bij de verfilming heeft ondergaan de toestemming van de auteur had. Door deze wetenschap doet zijn onlangs in ons blad afgedrukte verklaring dat hij ook over deze film, die nog niet zo lang geleden in ons land onder de titel Gewetenswroeging heeft gedraaid, allerminst tevreden is, een beetje eigenaardig aan. En heeft hij er ook niet in toegestemd dat de tragische hoofdfiguur uit zijn The Power and the Glory in de film Gejaagd nu juist dié eigenschappen zou missen die de betekenis en de zin van het verhaal bepalen?

Deze gang van zaken doet ons nogal huiverig uitzien naar de verfilming van The End of the Affair, die momenteel op stapel staat. Hierboven ziet u één van de onlangs in Londen gemaakte opnamen: Sarah staat voor haar door een bombardement vernielde huis. Wat zal de film ditmaal van het boek heel laten?

Het mag gezegd worden: op zich genomen waren genoemde en andere films naar werken van Graham Greene niet slecht. Maar men kan ze nu eenmaal niet los zien van de betreffende boeken, daarvoor hebben deze een te grote indruk achtergelaten. En dan doet het een beetje pijnlijk aan te vernemen dat de auteur, uit zakelijke overwegingen, de wezenlijke en noodlottige veranderingen die de boeken ondergingen, zelf heeft goedgekeurd.

Slechts een film behield het typische Greene-karakter; het befaamde The Third Man van Carol Reed. Maar hier lagen de kaarten ook anders. Het scenario van deze film was speciaal door Greene voor de film geschreven. Neemt men nu die andere film van Carol Reed The Fallen Idol, naar de bestaande, beklemmende short story van Graham Greene The Basement Room, dan constateert men weer hoe totaal van zijn wezenselementen beroofd het verhaal uit de filmmolen te voorschijn is gekomen. En… wederom mede door toedoen van de auteur zelf. “Ik was ten zeerste verbaasd”, zo zegt hij, “toen Carol Reed mij voorstelde dat ik met hem zou samenwerken om een filmversie van The Basement Room te vervaardigen, want het gegeven leek mij volstrekt niet geschikt voor een film. Maar wij togen aan het werk en bij de nu volgende beraadslagingen werd het verhaal in alle kalmte omgewerkt…” Graham Greene blijft er volkomen kalm onder. Waarom hebben wij ons dan eigenlijk druk gemaakt?

Uit: De Tijd, 28 augustus 1954


Naschrift Fred Bredschneyder

In 1970 wilde ik films programmeren, die gebaseerd waren op boeken van Graham Greene. Er was keuze genoeg, want praktisch zijn hele oeuvre is verfilmd. Maar om die films te bemachtigen moest je niet alleen bij verschillende productiemaatschappijen aankloppen, maar bovendien bleken de uitzendrechten soms niet achterhaalbaar of waren de films nog te ‘jong’ om aan de televisie geleverd te kunnen worden. Al met al werd het toch een aantrekkelijke serie, met als hoogtepunt uiteraard The Third Man van Carol Reed. Niet alleen de meest volmaakte Greene-verfilming, maar bovendien mijn persoonlijke ‘beste film aller tijden’.

Het leek me een aardig idee Graham Greene te vragen de films met een kort woordje in te leiden. Via zijn Nederlandse uitgever kwam ik met hem in contact. Zijn reactie op mijn verzoek was beleefd doch beslist. Het was zijn principe nóóit op de televisie te verschijnen en hij was niet van plan daarvan af te wijken. Hij voegde er nog aan toe dat, wanneer hij het één keer wel zou doen, hij naar alle waarschijnlijkheid zó’n succes zou hebben, dat hij gedwongen zou worden zijn verdere leven uitsluitend met tv-optredens te vullen. En daar voelde hij niet voor! Het ging dus niet door. Ik ondervond mijn mislukte poging niet als een al te grote nederlaag. Zelfs de BBC was er nooit in geslaagd hem te strikken. Ook niet toen zijn eigen broer, Sir Hugh Greene, daar ‘director general’ was.

Uit: ‘Flashback: Herinneringen van Fred Bredschneyder’ #12, in de Filmkrant #111, april 1991