Zure ontgoocheling
Een dezer dagen is de première van De vlaschaard, een Belgisch-Nederlandse co-productie naar de gelijknamige roman van Stijn Streuvels. Regisseur is Jan Gruyaert, de hoofdrollen worden gespeeld door Vic Moeremans, Dora van der Groen, Benthe Forrer en René van Sambeek. Het is de tweede verfilming van Streuvels’ boek: midden in de oorlog verfilmden de Nazi’s het onder de titel Wenn die Sonne wieder scheint. Fred Bredschneyder zag de film als zestienjarige scholier.
In september 1944, enkele maanden na de bevrijding van België, werd de populaire auteur Ernest Claes, wiens boek De Witte tien jaar daarvoor de stof had geleverd voor de eerste grote Vlaamse speelfilm, gearresteerd op beschuldiging van collaboratie met de Duitse bezetters. Hij begreep niet waarom. ‘Ik heb me tijdens slapeloze nachten afgevraagd wat ze me ten laste kunnen leggen en ik vind waarlijk niets waarvoor ze me zouden kunnen veroordelen’, zei hij vóór het proces.
Claes werd ervan beschuldigd ‘met opzet de plannen van de vijand te hebben gediend’, o.a. door het bijwonen van de première van de Duitse verfilming van Stijn Streuvels’ De Vlaschaard. Omdat zijn andere ‘misdaden’ van hetzelfde niveau waren, zoals een reis naar Duitsland en het geven van een interview aan de Brüsseler Zeitung, werd Ernest Claes ten slotte vrijgesproken, hoewel men hem wel ‘lichtzinnig en onvoorzichtig gedrag’ verweet.
Zuur
Als Ernest Claes al voor de rechter gesleept kon worden vanwege het kijken naar de Duitse Vlaschaard, hoe zou men dan wel niet over Streuvels oordelen? Hij had dan toch maar toegelaten dat zijn boek tijdens de bezetting door de Duitsers werd verfilmd en hij had zelfs ‘hand- en spandiensten’ verleend door zijn fiat aan het scenario te geven en door als figurant in een paar scènes op te treden. Inderdaad heeft ‘het verzet’ hem dat na de bevrijding kwalijk genomen en ook de vele Duitse vertalingen van zijn boeken konden geen genade vinden.
Dat Streuvels niet alleen in het Duits maar ook o.a. in het Engels, het Frans, het Lets, het Maleis, het Russisch, het Spaans en het Tsjechisch was vertaald, was toen van minder belang. Streuvels’ biograaf André Demedts schrijft over die periode: ‘Enige weken voelde Streuvels zich bedreigd, maar de tijd hielp hem daar overheen. Niettemin bleef er een zure ontgoocheling achter, die hem deed zeggen van de mensen niets meer te verwachten.’
Melkmeid
Toen ik in de zomer van ’43 als zestienjarige scholier naar Wenn die Sonne wieder scheint, zoals de Duitse verfilming van De Vlaschaard heette, ging kijken kon ik uiteraard geen flauw vermoeden van deze nasleep hebben. Ik vond het alleen maar makkelijk op deze manier de inhoud te leren kennen van een boek dat op onze literatuurlijst stond. Dat bleek een te optimistische gedachte; de scenarioschrijvers, Konrad Beste en Philipp Lothar Mayring, hadden het een en ander aan de geschiedenis veranderd en ze hadden met name een ‘happy ending’ bedacht.
In Streuvels’ roman gaat ’t om het conflict tussen vader en zoon Vermeulen. Er zijn meningsverschillen over de bewerking van het vlas en bovendien kan de vader, Johannes, het niet zetten dat zijn zoon, Louis, een ‘melkmeid’ achterna loopt. De ruzie loopt zo hoog op dat de vader op een gegeven moment de zoon neerslaat. In Wenn die Sonne wieder scheint verzoenen vader en zoon zich en Louis gaat met zijn ‘melkmeid’, Schellebelle, een gelukkige toekomst tegemoet. In het boek pakken de zaken anders uit: Johannes Vermeulen, die zich van het voorval aanvankelijk niets schijnt aan te trekken, stort ten slotte in. Hij vraagt God te mogen sterven als zijn zoon maar blijft leven, maar we komen niet te weten of Louis inderdaad sterft. Stijn Streuvels zelf heeft eens verklaard dat ook hij het niet wist.
Intiem
De regie van Wenn die Sonne wieder scheint was in handen van Boleslav Barlog, een in die tijd nauwelijks bekende naam. Dat gold zeker niet voor de rolbezetting. De oude Vermeulen werd gespeeld door Paul Wegener, die al in het geluidloze tijdperk in meer dan dertig films had gespeeld, o.a. in Der Student von Prag en in Der Golem. Hij was ook te zien geweest in een van de eerste Nazi-propagandafilms, Hans Westmar, en hij zou in de allerlaatste, Kolberg van Veit Harlan, niet ontbreken. Desalniettemin werd hij na de oorlog door de Russen in Oost-Berlijn op een hoge culturele post gezet, hetgeen een bevestiging leek van de geruchten dat hij gedurende de hele Nazi-periode de communisten van nuttige informatie had voorzien.
Old Shatterhand
Dat De vlaschaard midden in de oorlog werd verfilmd zou beschouwd kunnen worden als onderdeel van een plan de Nederlandse en Vlaamse stamgenoten te paaien. Maar het kan ook niet méér zijn geweest dan de verfilming van een zowel in België als in Duitsland populair boek.
Opmerkelijk is in dit verband overigens wel dat in de zomer van 1944 de Duitse verfilming van een andere Nederlandse toman, nl. Dr. Vlimmen van mr. A. Roothaert, werd aangekondigd, eveneens onder regie van Boleslav Barlog. In één adem werd vermeld dat ook de boeken van Karl May zouden worden verfilmd met Hans Albers als Old Shatterhand. Dat is toen niet doorgegaan: de Duits-Joegoslavische co-produkties met Lex Barker zijn van veel latere datum, maar Hans Albers als Old Shatterhand… ik blijf het een schoolvoorbeeld van typecasting vinden.
Met de verfilming van Tierarzt Dr. Vlimmen is wél een begin gemaakt, maar de film staat als ‘unvollendet’ te boek. Het scenario was van Konrad Beste, die ook De vlaschaard had bewerkt, en in de hoofdrollen zouden we opnieuw Paul Wegener tegengekomen zijn en verder Hans Söhnker, Adelheid Seeck en Günther Lüders.
Jaren na de oorlog, in 1956, is er tóch een Tierarzt Dr. Vlimmen gemaakt, maar toen had Arthur Maria Rabenalt de regie, hoewel als een van de scenarioschrijvers opnieuw Konrad Beste werd vermeld. In 1978 kwam de Nederlandse Vlimmen onder regie van Guido Peters, met Peter Faber in de titelrol.
Boeren
Dat de buitenopnamen voor de Duitse verfilming van De vlaschaard indertijd in en om de woonplaats van Stijn Streuvels, Ingooigem, werden gemaakt, vormde natuurlijk geen garantie voor authenticiteit. Inderdaad vonden sommige critici de sfeer van het boek, en met name de Vlaamse sfeer, niet al te best getroffen. Dat de Vlaamse boeren Duits spraken deed de zaak in dit zicht ook al niet veel goed.
De vorig jaar gemaakte Belgisch-Nederlandse verfilming, die in Nederland De vlasakker zal gaan heten, is volledig in Vlaanderen opgenomen met een Belgisch-Nederlandse cast en onder regie van Jan Gruyaert, die zelf het scenario heeft geschreven. Over niet al te lange tijd kan geconstateerd worden of Streuvels ditmaal wel volledig recht is gedaan.
Overigens zijn de producenten, ‘Kunst en Kino’ en CineVista, in conflict gekomen met een Duitse firma, die beweert de verfilmingsrechten van De vlaschaard overgenomen te hebben van de niet meer bestaande Terra Film, die in 1943 Wenn die Sonne wieder scheint heeft geproduceerd. De zaak is voor de rechter gebracht maar diens uitspraak was op het moment dat dit artikel werd geschreven nog niet bekend.
Uit: Skoop, jaargang 19 nummer 1, februari/maart 1983
Naschrift Joost Broeren-Huitenga
Een typerend artikel voor de ‘late periode’ van Bredschneyders carrière – die alsnog zo’n 35 jaar beslaat. In die tijd, vanaf de tweede helft van de jaren tachtig tot aan zijn dood in 2020, schrijft hij steeds minder over de nieuwe films die uitkomen en steeds meer over de vele films die daaraan voorafgingen in de filmgeschiedenis (en in zijn eigen leven). Voordat hij daar vanaf 2003 bij het tijdschrift Aether een vaste uitlaatklep voor vindt, doet hij dat in incidentele bijdragen aan verschillende tijdschriften, met name Skoop en de Filmkrant.