Smakelijke hap voor mens en plant
Mushnik’s bloemenzaak is niet bepaald een bloeiende onderneming. Hij loopt zelfs zó slecht, dat de eigenaar van plan is de winkel te sluiten. Zijn twee werknemers, Audrey en Seymour, zouden dan op straat komen te staan. Wanneer Seymour een merkwaardige plant op de kop tikt, stromen de klanten plotseling toe: iedereen wil dat vreemde gewas zien. Seymour noemt de plant ‘Audrey II’ naar zijn collega, voor wie hij tedere gevoelens koestert. Zij is niet in staat die te beantwoorden, want ze zit min of meer vast aan een sadistische tandarts, die haar het ene blauwe oog na het andere bezorgt.
‘Audrey II’ is inderdaad een rare plant; hij wil alleen met mensenbloed gevoed worden! Seymour voorziet hem daarvan ‘uit eigen voorraad’, maar dat kan natuurlijk niet eeuwig doorgaan. Hij laat zich tot een radicale oplossing verleiden: hij hakt de tandarts aan nootjes. ‘Audrey II’ lijkt niet te verzadigen; er zullen méér slachtoffers moeten vallen en tenslotte is Seymour zelf aan de beurt. Er volgt een gigantisch duel met de plant, die inmiddels monstrueus gegroeid is. Seymour komt als overwinnaar uit de strijd en gaat met de ‘echte’ Audrey een gelukkige toekomst tegemoet.
Voor Roger Corman’s film The Little Shop of Horrors was in 1960 maar weinig belangstelling. Later werd hij echter een ‘cult-movie’, onder meer vanwege de merkwaardige omstandigheden, waaronder hij zou zijn gemaakt. Naar verluidt immers, was hij in een dag of twee opgenomen en was er gebruikgemaakt van een decor, dat van een andere film was overgebleven.
Op 27 juli 1982 ging in het New-yorkse Orpheum Theatre aan de Lower East Side, ‘off-Broadway’ dus, een op de film gebaseerde musical in première, die daar jarenlang, dag-in-dag-uit, zou worden gespeeld en die ook buiten Amerika veel sukses had. Deze musical, die in 1983 door de New York Drama Critics Circle tot de beste van het lopende seizoen werd uitgeroepen, was het uitgangspunt voor de film van Frank Oz.
Deze geeft de musical het volle pond. Hij laat de songs muzikaal in hun waarde, de acteurs kunnen ‘m onbekommerd van katoen geven en het decor is onmiskenbaar een decor. Er is kortom geen twijfel mogelijk; we hebben te maken met een brok, allerplezierigst, muzikaal theater. Maar Frank Oz heeft niet de weg van de minste weerstand gekozen door te volstaan met een brave registratie daarvan. Hij leeft zich behoorlijk uit, wanneer het om puur filmische effecten gaat. Het lag voor de hand dat hij, als maker, samen met Jim Hensen van de Muppet-show, zich vooral op de ‘hoofdrolspeler’ zou concentreren, op ‘Audrey II’. Hij doet heel bijzondere dingen met de plant. Dat hij die voorzien heeft van de stem van Levi Stubbs, is beslist niet de minste attractie.
Bij het presenteren van de songs heeft Oz naar zoveel mogelijk variatie gestreefd. Visueel bouwt hij ze met een groot aantal shots op, zodat men geen moment het gevoel krijgt naar keurig gefotografeerde zangnummers te kijken. Ook de activiteiten van de sadistische tandarts, die op een gegeven moment een masochistische patiënt in zijn stoel krijgt, zijn aanstekelijk en in hoog tempo in beeld gebracht.
Door dit alles krijgt de verveling nauwelijks kans toe te slaan en bovendien is er dan altijd nog het zingende damestrio, dat min of meer fungeert als het koor in de Griekse tragedie, en dat de boel lekker gaande houdt. Bovendien maakt hun relativerend optreden nog eens extra duidelijk, met wat voor een verrukkelijke, uitstekend opgediende, nonsens we hier te maken hebben.
Uit: Film Informatie Dienst 1987, p.70
Naschrift
[[Verwijzing naar naschrift Ginger e Fred? Weinig aan toe te voegen.]]