15 – Kermis in de regen: Eerste grote speelfilm van Kees Brusse

Verheugend resultaat

De verwachtingen ten aanzien van de eerste grote speelfilm van Kees Brusse zijn nogal hoog gespannen geweest. Daar was alle reden toe. Zijn korte speelfilms, De paraplu en Het gerucht, gemaakt onder auspiciën van Pro Juventute, waren beduidend meer dan probeersels of vingeroefeningen. Met name Het gerucht bewees onomstotelijk dat Brusse enerzijds zich er volkomen van bewust was dat de film het moet hebben van de zinvolle ordening van beelden en geluiden en dat hij anderzijds niet van plan was die ordening te laten verstoren door de acteur, die een staaltje toneelspel ten beste geeft. 

Is het al bijzonder verheugend wanneer men van tijd tot tijd mag constateren dat “gewone” filmregisseurs tot dit inzicht zijn gekomen, in het geval van Kees Brusse is er reden te meer tot vreugde. Brusse immers is van huis uit toneelspeler en toneelspelers, die zich met film bemoeien, staan nu eenmaal in een kwade reuk. Men is geneigd te veronderstellen dat zij beslist niet aan de verleiding zullen kunnen weerstaan om hun eigen toneelprestaties of die van hun collega’s centraal te stellen. Dusdoende de film gebruikend als middel en hun toneeltalent een ruimer afzetgebied te verschaffen. Kees Brusse, en met hem Fons Rademakers, heeft op zijn minst aangetoond dat de bewering: een toneelspeler zal zijn toneelbloed ook daar laten kruipen waar het volgens de filmwetten niet gaan mag, in ieder geval geen axioma is. Zij zijn de uitzonderingen die de regel niet langer tot regel maken.

Met Kermis in de regen heeft Kees Brusse thans duidelijk gemaakt dat hij niet alleen van plan is zijn filmprincipes gedurende een half uurtjes te verdedigen, zoals in zijn korte films, maar dat hij ook bereid en in staat is anderhalf uur lang op zijn stuk te staan. Wanneer men namelijk, uit wantrouwen en tegen beter weten in, Kermis in de regen uitsluitend zou onderwerpen aan de proef of de acteur Kees Brusse de acteurs in zijn film niet meer kansen geeft dan in het raam van een filmvertelling wenselijk is, dan zou men opnieuw tot de conclusie moeten komen dat hij zijn spelersmateriaal niet alleen op de enig juiste, maar buitendien ook nog op een magnifieke wijze behandelt. Slechts in het geval van Joris Dies, die als scharrelaar in gestolen automobielen figureert, krijgt men even de indruk dat hier een tikkeltje te veel op een toneelprestatie wordt gesteund. Uitsluitend nagaan of acteurs in een film zich niet of niet te veel inde toneelsfeer bevinden is niet alleen een vrij negatieve maar tevens een onvolledige manier van beoordelen. We willen daar dan ook niet mee volstaan. Het is gelukkig beslist niet nodig. Er valt in Kermis in de regen meer te waarderen, zoveel dat we Brusse’s eerste grote film als een zeer verheugend resultaat mogen beschouwen van zijn werk en inspanning. Om letterlijk eens bij het begin te beginnen: in het eerste beeld van de film wordt het silhouet zichtbaar gemaakt van een typiste. Op het ritme van haar tikken verschijnen de namen van de medewerkers op het doek. Een bijzonder geslaagde en originele manier om de gebruikelijke informatie in beeld te brengen. Zou deze presentatie een grapje zonder meer zijn geweest, we zouden er geen gewag van hebben gemaakt. Ze is echter typerend voor hetgeen er in de erna komende negentig minuten volgt. Typerend voor het streven van Brusse om niet alleen als volbloed filmer te observeren en te noteren, maar om die observaties zo fris en zo verrassend mogelijk te doen zijn. De verschillende milieus, waarin het verhaal zich afspeelt, maar vooral het kermismilieu, gaven hem daartoe natuurlijk de gelegenheid, maar men moet dan toch maar over het talent beschikken om die gelegenheid te benutten.

Kees Brusse heeft met Kermis in de regen een Nederlandse film gemaakt, die naar wij hopen de grote belangstelling zal trekken, die zij verdient. Hij heeft duidelijk gemaakt dat hij een filmregisseur is in wie we terecht vertrouwen kunnen stellen. Hij heeft ook aangetoond, en dat moet ons wel even van het hart, dat een vaardige filmer zelfs van een niet al te sterk verhaal een boeiende film kan maken. Het verhaal van Kermis in de regen is inderdaad niet al te sterk. Het is een “thriller”, waarin weliswaar het nodige gebeurt, maar waarin de veelheid van gebeurtenissen en van plaatsen van handeling het gebrek aan een strak en vernuftig geconstrueerde intrige moet verbergen. Dat men desalniettemin gespannen blijft toekijken is te danken aan Kees Brusse.

Uit: Nieuwe Eindhovense Krant, 10 maart 1962, p. 8


Naschrift Joost Broeren-Huitenga