14 – Leni Riefenstahl komt terug

“Leni Riefenstahl komt terug.” Met deze als juichkreet, en niet als waarschuwing, bedoelde uitroep beëindigt H.V. in het Belgische weekblad Panorama een artikel over Leni Riefenstahl.

De aanleiding tot zijn beschouwing is de recente uitzending door de Belgische televisie van Leni Riefenstahl’s film over de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn.

Nu vinden we het beslist niet in alle gevallen nodig oude koeien uit de sloot te halen. Wanneer H.V. er behoefte aan zou hebben gehad Leni Riefenstahl op het podium te halen en daarbij iets had verteld over haar activiteit van de laatste jaren, het met steun van de Unesco maken van een film over de slavernij in Afrika bijvoorbeeld, dan zouden wij misschien niet hebben uitgeroepen: “En hoe zit het dan met de Nazi-propaganda-film Triumph des Willens uit 1934?”. Nu echter een andere film uit diezelfde periode de aanleiding is voor H.V.’s jubelend artikel wordt het ons een beetje te dol.

Zeker wanneer H.V. de zaken als volgt voorstelt: „Na het wegknippen van de scènes, waarin de Führer in 1936 de Olympiade voor geopend verklaarde, scènes, die slechts enkele minuten duurden en die naar de mening van vele filmkenners dan nog meer documentair dan propagandistisch waren bedoeld, bleef de film het grootste sportepos van alle eeuwen.”

Door dit te beweren beweert H.V. namelijk op zijn zachtst gezegd enige domme dingen. Het kan immers nu ook H.V. wel langzamerhand duidelijk zijn geworden dat de Olympische Spelen van 1936 door Hitler als Nazi-propaganda zijn misbruikt. Dat in dit onwelriekende straatje dus ook de film past, die Leni Riefenstahl van deze Spelen maakte. De opdracht ertoe had ze van Adolf Hitler, die buitengewoon tevreden was over haar reportage van de Rijkspartijdag, Triumph des Willens, persoonlijk gekregen. Het is daarom niet alleen dom, maar zelfs misleidend het te doen voorkomen alsof een in vrijheid werkende cineaste uitsluitend volledigheidshalve ook enkele shots van de Führer in haar film heeft verwerkt, de bewering van “vele filmkenners” (!) ten spijt.

Hoe het overigens zit met dat “grootste sportepos aller eeuwen”? Leo Hanekroot concludeerde in zijn recensie in Katholiek Filmfront van september 1938: “Met deze film heeft een middelmatig talent boven zijn bereik gegrepen.” Dit klinkt wel enigszins anders dan “het grootste sportepos aller eeuwen”, inclusief de eeuwen waarin de filmkunst nog niet bestond, of dan “een geniale sportfilm, een film die eeuwig blijft”.

Overigens wil H.V. wel bekennen dat het voor velen een doorn in het oog is geweest dat Hitler zich voor de jonge cineaste Leni Riefenstahl interesseerde, maar, voegt hij er aan toe, “misschien is het wel waar dat Leni Riefenstahl zich aanvankelijk op sleeptouw heeft laten nemen door het opkomende Nazisme, anderzijds echter staat het vast dat zij niet lang in het spoor van de bruinhemden gelopen heeft. Zij kwam herhaaldelijk in botsing met de fanatici van de partij.” Dat laatste is volkomen waar; Leni Riefenstahl stond bijvoorbeeld allesbehalve in de gunst van Goebbels, maar wat kon haar dat deren zolang Hitler, de grootste fanaticus van de hele bende, zich persoonlijk om haar bekommerde?

Wij begrijpen al niet goed waarom H.V. Leni Riefenstahl met alle geweld voor het voetlicht heeft willen slepen. Maar we begrijpen helemaal niet waarom hij haar met behulp van haar Olympiadefilm een “glorieuze” terugkomst wil bezorgen. Als zij met dergelijke papieren gewapend haar rentrée wil maken, dan vrezen wij dat haar een even koele ontvangst te beurt valt als toen zij in 1938 Amerika bezocht. Bij die gelegenheid immers publiceerden de Amerikaanse kranten een verklaring van de Anti-Nazi-Liga waarin te lezen stond: “Er is in Hollywood geen plaats voor Leni Riefenstahl, de leidster van de Nazi-filmindustrie.” Dat laatste was zij niet, wat zij wèl was motiveerde de koele ontvangst volkomen.

Blijft de vraag wat wij ervan denken dat de Olympiade-film van Leni Riefenstahl door de televisie is uitgezonden. Laten we zeggen dat het ons minder tactisch voorkomt. Maar van H.V. is het bijzonder ontactisch om op dit gebrek aan tact de aandacht te vestigen, zij het dan in andere zin dan wij het gedaan zouden hebben. Wij zouden de zaak desnoods hebben doodgezwegen. Maar dat H.V. ons nu door zijn artikel in Panorama belet.

Uit: Filmforum 1960, p. 172